Strijd tegen de Grootmeester

zondag 3 mei 2026 · Bij Vincent

Het gevecht in de abdij nam een lelijke wending toen Bingverd de aandacht van de Botduivel trok en rake klappen kreeg met diens klauwen. Thardis werd ondertussen van meerdere kanten met polearms belaagd en klemgezet.

Maar het tij keerde. Thardis raapte het zwaard van East Wind op en wist zich daarmee kranig te weren. Bingverd teleporteerde door de hele abdij, stookte de monniken op tot verzet en bleef de zwakte van de Botduivel benadrukken. Bor schoot de Botduivel vol met pijlen, en Tijl gebruikte de spell gun die hij van Crucillus' lijfwacht had afgenomen om de Botduivel onder stroom te zetten. Terwijl de abdij leegliep door monniken die het zwevende eiland probeerden te ontvluchten, haalde Bor de Botduivel uiteindelijk neer.

Tot ieders verrassing kroop er daarna een quasit uit wat slechts een kostuum van een botduivel bleek te zijn. De quasit gaf zich over en smeekte om zijn leven. Hij bleek een dienaar van de Botduivel te zijn, die zijn meester al die tijd had nagedaan om de cultus draaiende te houden -- aangezien de echte Botduivel door een onfortuinlijk incident in de Schatkamer zijn brein was kwijtgeraakt. Bingverd besloot een feestje te beginnen in de abdij, en de stemming werd, al ging het wat schoorvoetend, een stuk beter.

Een flink deel van de monniken probeerde echter te vluchten en de machinekamer liep leeg. Als gevolg hiervan liep de energie van het eiland terug: de systemen in de controlekamer gaven aan dat het eiland nog een half uur zou kunnen blijven zweven.

De groep vertrok daarna naar de Schatkamer, met Bor vermomd als de quasit die vermomd was Botduivel. Daar stond het brein van de echte duivel, in een anti-magiezone, een mechanische klauw bedienend waarmee hij Thardis een flinke wond bezorgde toen de boel uiteraard escaleerde. Bingverd en Bor beklommen de klauw en probeerden het brein te bereiken, terwijl Tijl bij de machines in de kamer uitzocht hoe hij de arm tot stilstand kon brengen. Om haar wonden te helen nam Thardis wat fungi gesundi -- met als gevolg een volledige trip, terwijl de mechanische klauw wild bleef ronddraaien.

Uiteindelijk wisten Bor en Bingverd toegang tot het brein te krijgen, ontwapende Tijl de klauw, en stak Bor zijn zwaard in de neurale kluwen van de duivel, ondanks diens verzoek om alsnog een alliantie te sluiten. Met flinke hersenschade werd de Botduivel achtergelaten, zodat hij niet in de Negen Hellen zou reïncarneren om later wraak te nemen.

Thardis ontdekte inmiddels een harnas -- maar niet het exoskelet dat de breinen in de controlekamer hadden verwacht. Ook vond de groep veel buit, waaronder een technisch dagboek van Kwalius met daarin (vermoedelijk) de locatie van zijn tweede lab. Het dagboek bleek echter aangesloten op de motor die de Schatkamer laat zweven: het openen of meenemen ervan vereist een zorgvuldige ingreep.

Ondertussen waren enkele monniken slaags geraakt met de merrenoloth die de pont bestuurde -- met een ware slachtpartij op het eiland tot gevolg. Bingverd, onderweg naar de abdij om Thadil en Mette te halen, kwam de merrenoloth tegen, die op zoek bleek naar de Botduivel.

Bingverd haastte zich om de merrenoloth tegen te houden: als hij de breinen in de controlekamer de stenen voor de Schatkamer op tijd kon laten zakken, zou de merrenoloth niet bij Tijl, Thardis en Bor kunnen komen, die nog in de Schatkamer zijn achtergebleven.

Rennend door de abdij merkt hij dat de stemming inmiddels is omgeslagen. Broeder Grum zit nog te lachen met twee andere monniken, maar voor de rest hangt er een terneergeslagen groepje van vier te sippen. Bingverd heeft geen tijd om uit te zoeken wat er speelt en sprint door naar de achterkant van de abdij, duikelt de gang van het schip in en manoeuvreert naar de controlekamer.

Daar treft hij Mette in gesprek met Broderick aan. Thadil zit half in een metalen kast gebogen en wordt door Corliss begeleid bij een of andere reparatie. Op de schermen ziet Bingverd dat hij nog op tijd is -- de merrenoloth komt net aan bij de zwevende stenen.